
|
|
|
|
Wat stel je vast?
|
- |
|
De mond staat scheef of een mondhoek hangt naar beneden. |
|
- |
|
Een arm en/of been is verlamd. |
|
- |
|
Het slachtoffer spreekt onduidelijk of komt niet uit zijn of haar woorden. |
|
- |
|
Daarnaast kan het slachtoffer bewusteloos, verward, slaperig, duizelig of misselijk zijn. |
|
- |
|
Laat iemand direct 112 bellen. Doe dit zelf als je alleen bent met het slachtoffer. |
|
- |
|
Alarmeer de hulpdiensten. |
|
- |
|
Laat het slachtoffer rusten en geen inspanning meer doen. |
|
- |
|
Breng het slachtoffer in een comfortabele houding (bijv. zittend of halfzittend). |
|
- |
|
Controleer regelmatig bewustzijn en ademhaling. |
FAST
Er bestaat een test - de zogenaamde FAST-test - waardoor je op een
makkelijke manier kunt inschatten of er mogelijk sprake is van een beroerte.
FAST staat voor Face (gelaat), Armbewegingen, Spreken en Tijd.
De FAST-test:
|
- |
|
Vraag het slachtoffer de tanden te laten zien. (Let op of de mond scheef staat of er een mondhoek naar beneden hangt. |
|
- |
|
Vraag het slachtoffer de ogen dicht te houden en beide armen tegelijkertijd horizontaal naar voren te strekken en de handpalmen naar boven te draaien.(Let op of een arm wegzakt of heen en weer zwaait.) |
|
- |
|
Vraag het slachtoffer een eenvoudige zin na te zeggen. (Let op of hij of zij onduidelijk spreekt of niet uit zijn woorden komt.) |