
|
|
|
|
Blaren zijn overigens makkelijk te voorkomen. Kies daarvoor schoenen die
kunnen ademen, zorg dat je je tenen kunt bewegen. De hiel moet wel stevig
omsloten zijn. Draag één paar sokken - sokken die het zweet afvoeren (geen
katoen) en geen hinderlijke naden hebben. Houd je voeten droog en verwissel
natte sokken. Blaren aan handen ontstaan vaak tijdens klussen of tuinieren:
doe handschoenen aan.
Wat stel je
vast?
|
- |
|
Een open blaar. |
|
- |
|
Een hinderlijk gesloten blaar. |
|
- |
|
Was je handen en trek handschoenen aan. |
|
- |
|
Pak de franjes van de wond vast met een splinterpincet. Knip de randjes kort af bij de intacte huid met een fijn schaartje. Daar voelt het slachtoffer niets van: wél als je de gevoelige onderhuid aanraakt of daarop drukt. |
|
- |
|
Dek de blaar af met een verband. Gebruik hiervoor een kleefpleister, kompres of tweedehuidverband. |
|
- |
|
Was de blaar en de omgeving voorzichtig met water en zeep schoon. Als er geen water bij de hand is, mag je ook een ontsmettingsmiddel gebruiken. |
|
- |
|
Was je handen en trek handschoenen aan. |
|
- |
|
Neem een dunne steriele naald of bloedlancet en houd deze evenwijdig aan de huid. |
|
- |
|
Prik enkele malen aan de basis van de blaar (dus niet middenin). |
|
- |
|
Druk met een kompres het vocht uit de blaar. |
|
- |
|
Dek de blaar af met een verband. Gebruik hiervoor een kleefpleister, kompres of tweedehuidverband. |
|
- |
|
Gooi de naald op een veilige manier weg. |