
|
|
|
|
Wat stel je vast?
|
- |
|
Het slachtoffer is betrokken geweest bij een verkeersongeval of gevallen, en klaagt over pijn aan nek, rug of hoofd. |
|
- |
|
Soms is het slachtoffer suf, slaperig, onrustig of bewusteloos. |
|
- |
|
Het slachtoffer kan misselijk zijn, over erge hoofdpijn klagen of zich vreemd gedragen. |
|
- |
|
Soms is er bloed- of vochtverlies uit neus, mond of oor. |
|
- |
|
Kalmeer het slachtoffer en overtuig het om niet te bewegen. |
|
- |
|
Laat een omstander direct de hulpdiensten waarschuwen of doe dit zelf als je alleen bent. |
|
- |
|
Houd hoofd en hals van het slachtoffer onbeweeglijk, maar alleen wanneer het slachtoffer meewerkt. |