
|
|
|
|
|
Schaafwond: |
|
oppervlakkige wond. De bovenste huidlaag is afgeschaafd. |
|
Snijwond: |
|
bloedt veel, maar is meestal minder pijnlijk. |
|
Steekwond: |
|
geeft maar een klein zichtbaar wondje. De inwendige schade kun je niet vaststellen. |
|
Schotwond: |
|
ook een schotwond geeft meestal maar een klein zichtbaar wondje op de plaats waar de kogel het lichaam binnendringt en daar waar die weer uitkomt. |
|
Scheurwond: |
|
deze wond bloedt soms weinig, maar kan wel veel pijn doen. |
|
Bijtwond: |
|
de bloeding en de pijn is sterk afhankelijk van de plaats waarop en de intensiteit waarmee de beet werd gegeven. |
|
- |
|
Zorg ervoor dat je niet in contact komt met bloed of andere lichaamsvloeistoffen van het slachtoffer. Was je handen en doe wegwerphandschoenen aan. |
|
- |
|
Stelp een eventuele bloeding door op de wond te drukken. |
|
- |
|
Spel de wond met schoon lauw stromend water van de kraan. Is er geen kraan in de buurt, gebruik dan ander drinkbaar water. |
|
- |
|
Laat het water rechtstreeks op de wond stormen om het vuil uit de wond weg te spoelen. |
|
- |
|
Dek de wond na het reinigen met een steriel kompres af. |
|
- |
|
Adviseer het slachtoffer een arts te raadplegen. Die zal nagaan of het slachtoffer beschermd is tegen tetanus. |
|
- |
|
Was je handen na het verlenen van de Eerste Hulp. |