
|
|
|
|
|
- |
|
Vaak angst of onrust |
|
- |
|
Benauwd of draaierig gevoel en hartkloppingen |
|
- |
|
Soms tintelingen in de vingers en om de mond |
|
- |
|
Als de aanval langer duurt, kunnen de vingers en tenen verkrampen |
|
- |
|
Breng het slachtoffer naar een rustige plek als dat mogelijk is |
|
- |
|
Vraag het slachtoffer om langzaam en rustig in en uit te ademen |
|
- |
|
Stel aan het slachtoffer voor om in een zak te blazen als hij zijn ademhaling niet onder controle krijgt |
|
- |
|
Pas deze technieken enkel toe als het slachtoffer dit toelaat en als je zeker bent dat het gaat over hyperventilatie |
|
- |
|
Blijf bij het slachtoffer tot hij weer normaal ademt |
|
- |
|
Bel 112 of een arts als de hyperventilatie aanhoudt |